Anton Rooskens
Anton Rooskens werd geboren op 16 maart 1906 in Griendtsveen en overleed op 28 februari 1976 in Amsterdam.
Anton Rooskens bezocht van 1924 tot 1934 de technische school in Venlo en ging daarna in de leer bij een instrumentenbouwer. In 1935 vestigde hij zich in Amsterdam. Als schilder was hij autodidact. In het werk dat hij in de dertiger jaren maakte - voornamelijk landschappen - was de invloed van Vincent van Gogh overheersend. Vanaf 1946 had hij regelmatig contact met Appel, Corneille en Brands. In 1948 leerde hij Constant kennen. Hij was één van de oprichters van de “Experimentele Groep in Holland”, welke later opging in de Cobra-beweging. Rooskens was slechts korte tijd betrokken bij Cobra. Van de Cobra-schilders was hij de enige met een vaste job, zodat hij zijn collega’s zoals Karel Appel en Guillaume Corneille van verf en doeken kon voorzien.
Anton schilderde aanvankelijk in een expressionistische stijl, met een duidelijke invloed van Vincent van Gogh. Vanaf 1945 (na zijn verhuizing naar Amsterdam) werden zijn werken experimenteel. Het contact met Cobra bleek voor hem zeer stimulerend. Hij ontwikkelde een eigen taal van magische tekens in indringend zwart, geel, oker, blauw en rood en schilderde composities waarin maskers, schilden en godenbeelden verstrengeld raken in een wirwar van spontaan neergezette kleurvlakken en lijnen, die ondanks dat toch een zeker evenwicht bezitten.
In 1954 schilderde hij onder invloed van de Afrikaanse kunst korte tijd in een geometrische stijl: een kleurig lijnen- en vormenspel. Vanaf 1956 zette hij in een steeds bewogener trant abstracte tekens op grote doeken waarin de met forse streken opgebrachte zwarte verf een prominente aanwezigheid heeft.
Halverwege de jaren zestig doken de aan de Cobra-periode herinnerende fantasiewezens weer op. Tot aan zijn overlijden in 1976 waren zijn schilderijen vanaf dat moment lichter van toon.